Marc Neels (Marc Sleen)
Marc Sleen werd als Marcel Honoree Nestor Neels geboren in Gentbrugge op 30 december 1922. Hij kwam uit een gegoede familie, maar kende een bewogen jeugd. Marc volgde een tekenopleiding aan het Sint-Lucasinstituut in Gent. In 1944 kwam hij in dienst bij de krant De Standaard als politieke karikaturist.
Na een tijdje begon hij te experimenteren met het stripverhaal. Zijn eerste strip was de stopcomic De avonturen van Neus. Op 10 juni 1945 startte De avonturen van Tom en Tony in Ons Volkske. Tom en Tony zijn twee jongens die dromen van verre reizen. Na twee verhalen nemen Stropke en Flopke de fakkel over. Stropke en Flopke verschillen nauwelijks van Tom en Tony. Zij houden het uit tot 1952. Sleen waagde zich ondertussen ook aan pantomimestrips, gagstrips zonder woorden. De reeks Pollopof startte in 1946. In 1950 maakt Sleen nog een pantomimestrip: Joke-Poke. In 1950 ontwierp Sleen ook Doris Dobbel voor een middenstandsblad. Doris Dobbel liep nog tot 1967.
Tussen 1952 en 1965 maakte Sleen de strip Oktaaf Keunink. Oktaaf is een doodbrave man, week als boter, die volledig gedomineerd wordt door zijn vrouw. Van Oktaaf Keunink verschenen ongeveer 600 grappen en vijf albums. De lustige kapoentjes is één van de populairste stripreeksen in Vlaanderen geweest. Deze reeks bedacht Sleen niet zelf, maar van 1950 tot 1965 verzorgde hij met veel succes de wekelijkse afleveringen. De deugnietenstreken van een groepje jonge kinderen zijn het onderwerp van de gags. De lustige kapoentjes was ook duidelijk op een jong publiek gericht. Er verschenen tien albums bij Het Volk.
Ook erg populair was Piet Fluwijn en Bolleke. Deze kinderstrip bouwde Sleen op rond een eenvoudige vader-zoonrelatie, waarbij de goedzakkige vader dikwijls moet boeten voor de schelmenstreken van zijn zoon. Van 1945 tot 1965 verzorgde Sleen deze reeks. Tussen 1957 en 1965 verschenen tien albums.
Sleens bekendste creatie is vanzelfsprekend De avonturen van Nero en co. Toen Sleen in 1947 met de reeks startte in De Nieuwe Gids, heette het hoofdpersonage Van Zwam. Nero kwam al voor in het eerste verhaal, Het geheim van Matsuoka, maar had maar een kleine rol. Na drie verhalen nam Nero de fakkel over van Van Zwam en sindsdien produceerde Sleen al bijna 200 Nero-verhalen. Het 200 ste verhaal De blauwe broertjes verschijnt op 5 mei 1999.
Sleen staat erom bekend dat hij in Nero een enorme hoeveelheid originele personages heeft gecreëerd. De hoofdpersonages getuigen van Sleens buitengewone fantasie en mensenkennis.
Marc Sleen staat in het Guinness Book of Records, omdat hij meer dan 200 verhalen van Nero bijna helemaal alleen maakte. De laatste jaren leidt hij Dirk Stallaert op om De avonturen van Nero en co. voort te zetten. Sleen is erg tevreden over de inbreng van Stallaert. Hij blijft zelf natuurlijk nog intensief bezig met Nero.
Sleen kreeg voor zijn stripwerk een groot aantal onderscheidingen.
Voor Het Lachvirus ontving hij in 1974 de Prix Saint-Michel. In 1993
kreeg Sleen een buitengewone Stripgidsprijs als waardering voor zijn
hele stripcarrière: een Gouden Adhemar. In 1995 ontving hij
vanwege de Belgische kamer van stripexperten de prijs voor het beste
stripverhaal van 1994 voor zijn How-trilogie.
In augustus 1998 werd Marc Sleen door koning Albert II in de
adelstand verheven. In de loop van 1999 zal hij door de koning tot
ridder geslagen worden.
Sleen is ook bekend als Afrika-kenner. Hij ging ontelbare keren op safari. In Afrika kon hij zijn grote passie voor de natuur, en speciaal voor de olifant, uitleven. Hij schreef een aantal safari-boeken. Daarnaast maakte hij documentaires voor het tv-programma Allemaal beestjes. Sinds 1984 is hij beheerder van het Wereldnatuurfonds in België.