
Philippe Chappuis (Zep)
Zep (15 december 1967, Genève) heeft alles mee. Hij is jong,
knap, sympathiek, talentvol en Zwitser. Bovendien heeft hij groot
succes in de boekhandel, de t-shirtzaken en de wenskaartenboetieks
met "Titeuf", zijn lievelingspersonage dat het leven (en
vooral de liefde) met veel naïeveteit en een onstilbare
nieuwsgierigheid ontdekt.
Als groot liefhebber van popmuziek en al op vroege leeftijd gegrepen
door het stripvirus, lanceert hij als 12-jarige zijn eigen fanzine,
dat hij ZEP doopt, als eerbetoon aan de groep Led Zeppelin. Als hij
van school wordt gestuurd vanwege misplaatste humor in deze
publicatie, kiest hij de naam als pseudoniem!
Na de kunstacademie in zijn bankiersstad, maakt onze
kunstenaar-in-de-dop in 1985 zijn entree bij SPIROU/ROBBEDOES, waar
hij zijn eerste schreden als beroeps zet in een paar meer of minder
kortstondige series, waarvan de opmerkelijkste de flaters van een
leerling-drukker ("Victor") betreffen.
Hij verfijnt zijn lijnvoering en zijn techniek voor directe
inkleuring snel en verschijnt op de pagina's van CHAMPAGNE!, FEMMES
D'AUJOURD'HUI, JEUDI-SPORTS MAGAZINE, SAUVE QUI PEUT, AL VIE, L'HEBDO
en LE NOUVEAU QUOTIDIEN.
In 1992 komt hij met de populaire reeks "Titeuf", waarna hij door de voordeur terugkomt bij Dupuis met verrukkelijke getekende reportages over de liefde bij pubers ("Meisjes met pit") en zijn ervaringen als fan van muziekevenementen ("Harde muziek en doffe ellende"), twee beslist autobiografische thema's voor de nieuwe collectie Vrolijke Vlucht. Voor het tweede deel van de "Vieze Sprookjes" in dezelfde reeks, gewijd aan Charles Perrault, laat hij zich verleiden door een katachtig scenario van Yann: "Katjes sterven in een hoekje".
Als compleet auteur hanteert hij de ironie even behendig als het sentiment en heeft hij een heel eigen stijl en toon weten te ontwikkelen. Deze fan van Donald Duck en Bob Dylan, de elektrische gitaar en Mandryka, is een van de nieuwe sterren van het stripwezen, die zowel bij kritiek als publiek succes oogst!